vivara voederpaal.jpg

Vogelhof.nl

Exotische vogels in de Hof van Twente

Jaren '40 - '60


Eerste generatie PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Ryklof   
vrijdag 28 november 2008 17:04
Beste Ryklof,

je stuurde mij (je grootvader) een mailtje met de vraag of ik iets wilde vertellen over het ontstaan van onze vogelhobby. Nu deze zich reeds tot in de derde generatie voordoet, was je nieuwsgierig naar het eerste begin. Wel, het is mogelijk geen groots en meeslepend verhaal, maar ik zal mijn best voor je doen:

Het was in het laatst van de oorlogsjaren ('40-'45). Mijn broer werkte op een makelaarskantoor in Leeuwarden. Deze makelaar had op zijn kantoor een kanarie in een kooitje. Een gezellig beestje. Maar dat gezellige beestje zorgde voor veel overlast. Want elke keer als er een klant kwam was het de kanarie die het hoogste woord had, dat wil zeggen: hij zong het hoogste lied. Hoe luider de mensen spraken, des te luider zong de kanarie zijn lied. Het was elke keer hetzelfde liedje. De makelaar vond dat begrijpelijkerwijs vervelend. Hij wilde van het beestje af.
Mijn broer heeft kooi en kanarie toen overgenomen en mee naar huis genomen.

Wij hebben in die jaren ontzettend veel plezier van die kanarie gehad. Regelmatig gaven wij het beestje de vrijheid. Die vrijheid bleef beperkt tot de woonkamer, zodat hij niet het hele huis tot zijn vliegdomein had. Als je zelf ook in de kamer was, kon het zijn dat 'ie op je afkwam vliegen en op je schouder ging zitten. Je moest wel wat oppassen, want hij kon je zo ook in je oorlelletje pikken. En dat kietelde niet. Of, als je je hoofd wat achterover hield ging hij op je neus zitten. Hij kon ook zomaar beginnen te zingen. S
oms hadden wij zijn wasbakje op tafel met wat water erin.Dan kon ‘ie zo heerlijk spetteren in dat bakje. Een zeiltje op de tafel, dan kon je het naderhand gemakkelijk weer wat afdrogen. Want hij moest na het bad wel even uitspetteren. Als je iets aan het eten was, kon het zijn dat 'ie bij je kwam om er ook iets van te pikken. Was je aan het schrijven, dan ging het beestje op je hand zitten en pikte aan de bovenkant van de pen. Het beestje bracht vertier in een tijd dat het leven zich voornamelijk binnen afspeelde. We hebben nog heel wat jaren van het beestje kunnen genieten.
Toen het beestje uiteindelijk overleed hebben wij daar ook wel even om getreurd. Wij waren ontzettend aan het vogeltje gehecht geraakt.
Het kooitje hebben wij niet weggedaan maar nog heel lang op de zolder bewaard.

Ook hebben wij, toen ik nog zo'n jaar of zes/zeven was, een paar duiven gehad. Het was een paartje. Ook gezellige beesten. Maar de buren klaagden er wel over, omdat ze daar wel op zolder kwamen. Uiteindelijk werd één van beide een keer dood aangetroffen. En toen bleek dat die twee ontzettend aan elkaar gehecht waren. Want de ander zat te treuren bij de dode partner. Die overleefde niet lang. Daar hebben wij het toch wel wat moeilijk mee gehad. De buren zullen er echter minder om hebben getreurd.

En dan de volière met vogels.
Als je het boek ‘Pake fertel es’, waarin ik voor jullie mijn levensverhaal op papier heb gezet, raadpleegt, dan moet je eens kijken op pag. 33/34. Daar vind je een foto van onze toenmalige woonkamer. Rond de tafel zitten je grootmoeder, je vader en zijn broers en zussen. Meer rechts op de foto zie je nog net dat er een volière staat. Niet veel meer dan wat wit geschilderde latten met gaas omspannen. Rechts bovenaan zie je een deurtje, om het eten en drinken te kunnen bijvullen. In de volière zaten tropische vogeltjes: zebravinkjes, napoleonnetjes en muskaatvinkjes. Wanneer we met vogeltjes zijn begonnen weet ik niet precies. Het zal in het begin van de jaren ’60 van de vorige eeuw zijn geweest. Waarom we ermee zijn begonnen, vraag je ook.
Of daar een duidelijke reden voor was, weet ik eigenlijk niet meer. Mogelijk hebben de herinneringen aan de kanarie van vroeger een rol gespeeld. Misschien werden die opgeroepen doordat we bij vrienden een volière zagen. Maar precies weet ik het niet meer.
Op de foto in het boek moeten we de vogels al een paar jaar hebben gehad. Later zijn ze met behuizing afgestaan aan de lagere school van onze kinderen, jouw vader en ooms en tantes. Vanwege een huidaandoening, volgens de arts mogelijk veroorzaakt door allergie voor de vogels, moesten we er afstand van doen. Helaas.

Jaren later heeft het kooitje uit de oorlogsjaren nog eens weer dienst gedaan als huisvesting voor een parkietje.Toen de jongste van onze kinderen ging samenwonen kocht ze samen met haar partner het parkietje. Ze kreeg van ons het oude kooitje. In vakantietijd namen wij dit parkietje in huis om er zo lang op te passen. Later wilde je tante het beestje wel weer kwijt. Ze vond het wat lastig, en eigenlijk ook wel zielig, zo'n vogeltje in zo'n klein kooitje. Toen hebben wij het van haar overgenomen. Je vader was toen al getrouwd en woonde niet meer thuis. Ook dat beestje is voor ons prettig gezelschap geworden. Het raakte aan ons gewend en uiteraard wij aan dat parkietje. Ook je oom zocht, als hij bij ons was, het parkietje geregeld op. Op het laatst kwam het zover dat, als zijn auto voor ons huis stopte, het parkietje het geluid herkende, en een teken van herkenning gaf. Soms meenden wij zelfs dat het parkietje zijn naam riep. Misschien is dat verbeelding geweest, maar zeker is dat er een bijzondere band tussen die twee bestond. Maar ook dat parkietje moesten wij natuurlijk tenslotte missen. Ook met een bepaalde weemoed. Toen zijn wij maar opgehouden met het houden van vogeltjes.

Zo eindigt mijn verhaal bijna zoals het begon, waarmee de cirkel spreekwoordelijk rond is. Toch heeft het ook wel iets van een vicieuze cirkel. Want het vogeltjesverhaal gaat bij jullie verder. In eerste instantie bij jouw ouders dus. Hoe dat verdergaat kun je natuurlijk het beste bij hen gewaar worden.

Veel succes met je verdere geschiedschrijving.

Pake

Laatst geupdate op dinsdag 02 december 2008 13:06
 


Joomla 1.5 Templates by Joomlashack